Lopen en tegelijk iets anders doen: waarom dubbeltaken lastig zijn
Lopend een gesprek voeren, met een kopje koffie naar de kamer, ondertussen nadenken over de boodschappen: gezonde hersenen doen het moeiteloos. Bij de ziekte van Parkinson ligt dat anders. Zodra er naast het lopen een tweede taak bijkomt, hapert het looppatroon — soms tot freezing aan toe. In dit artikel lees je waarom dubbeltaken zo lastig zijn en hoe je er slim mee omgaat.
Wat zijn dubbeltaken?
Een dubbeltaak is simpelweg: twee dingen tegelijk doen. Bij het lopen gaat het meestal om een motorische taak (iets dragen, een jas dichtdoen) of een denktaak (praten, rekenen, de weg zoeken) naast het lopen zelf.
Voor de meeste mensen is lopen zó automatisch dat er ruimschoots aandacht overblijft voor die tweede taak. Je denkt niet na over je passen — ze gaan vanzelf.
Bij Parkinson is dat automatisme verstoord. Lopen vraagt ineens bewuste aandacht, en die aandacht kan maar één kant op.
Vergelijk het met leren autorijden. In het begin kost schakelen alle aandacht en valt een gesprek voeren nauwelijks te combineren. Bij Parkinson gebeurt iets vergelijkbaars met lopen: wat jarenlang vanzelf ging, vraagt weer bewuste sturing — en dus concentratie.
Waarom gaat het dan mis?
Door het tekort aan dopamine verloopt het automatische beweegprogramma bij Parkinson minder soepel. Om toch goed te lopen, zetten de hersenen bewuste aandacht in als ‘reservemotor’.
Dat werkt — totdat die aandacht ergens anders naartoe gaat. Begin je een gesprek of pak je iets vast, dan valt de reservemotor stil en zakt het lopen terug: kleinere passen, een trager ritme, en bij velen freezing.
Onderzoek bevestigt dit beeld: bij mensen met Parkinson verslechtert het looppatroon meetbaar zodra er een tweede taak bijkomt. Vooral bij mensen met freezing is het effect groot.
Je kunt dit zelf eenvoudig testen. Loop een stukje en begin ondertussen terug te tellen vanaf honderd. Worden je passen kleiner of trager, of stokt het lopen? Dan is jouw lopen gevoelig voor dubbeltaken — nuttige informatie voor jou én je behandelaar.
Slim omgaan met drukke momenten
De eenvoudigste strategie is ook de beste: doe één ding tegelijk op de momenten die ertoe doen. Een paar praktische vertalingen:
- Stop even met lopen als je iets wilt zeggen of ergens over na moet denken — en loop daarna weer verder.
- Gebruik een tas of rugzak in plaats van losse spullen in je handen.
- Kies bij een lastige passage (deuropening, drukke winkel) bewust voor stilte en focus.
- Vraag gezelschap om even te wachten met praten bij trappen, bochten en drempels.
Dit is geen zwaktebod, maar slim energiemanagement. Je zet je aandacht in waar die het hardst nodig is.
Dubbeltaken trainen
Naast vermijden valt er ook te trainen. Onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut kun je dubbeltaken stap voor stap oefenen: eerst goed lopen, dan lopen met een simpele taak erbij, en zo verder opbouwen.
Ook cueing helpt: een ritmische prikkel ondersteunt het loopritme, zodat er meer aandacht overblijft voor de tweede taak. Zo wordt lopend leven — want dat is het dagelijks leven — weer haalbaarder.
Belangrijk voor naasten: help mee door het tempo van het gesprek aan te passen. Even zwijgen bij een trap of deuropening is geen ongemakkelijke stilte, maar teamwork. Kleine afspraken hierover — ‘bij de trap praten we even niet’ — maken samen op pad gaan veiliger en ontspannener voor jullie allebei.
Hoe gevoelig ben jij voor dubbeltaken?
Merk je dat je lopen hapert zodra je praat, iets draagt of afgeleid bent? Dat is een belangrijk signaal over jouw looppatroon.
Doe onze gratis zelftest en ontdek hoe het met jouw lopen zit — en welke aanpak jou verder helpt.